EUDR 2026 voor de houtbranche:
wat verandert er voor bedrijven?
EUDR hout 2026
EUTR naar EUDR
EUDR verplichtingen houtbranche

De Europese EUDR (EU Deforestation Regulation), ook wel de Europese anti-ontbossingswet, gaat een belangrijke rol spelen binnen de houtbranche. Vanuit Brussel zijn in mei 2026 verschillende vereenvoudigingen en verduidelijkingen bekendgemaakt.
Voor bedrijven die met hout en houten producten werken, is vooral de overgang van EUTR naar EUDR belangrijk. Niet ieder bedrijf krijgt namelijk dezelfde deadline of verplichtingen.
Wanneer gaat de EUDR in? Wie moet een Due Diligence Statement (DDS) indienen? Wat betekent de overgang van EUTR naar EUDR? En welke rol spelen FSC en PEFC? Hieronder zetten we de belangrijkste punten voor de houtbranche overzichtelijk op een rij.

EUDR voor hout: belangrijke datum 30 december 2026
De EUDR gaat voor de meeste bedrijven in op 30 december 2026.
Voor micro- en kleine ondernemingen (micro & small) geldt voor bepaalde situaties een langere overgangstermijn tot 30 juni 2027.
Let op voor bedrijven die nu al onder de EUTR vallen: voor deze bedrijven geldt het uitstel niet. Zij moeten vanaf 30 december 2026 aan de EUDR voldoen.
De uitzondering voor uitstel geldt dus anders voor kleine bedrijven die bijvoorbeeld actief zijn in koffie, soja of cacao, maar die voorheen niet onder de EUTR vielen.
Wanneer is een bedrijf micro of small?
Voor de omvang van ondernemingen wordt aangesloten bij de Europese definities voor micro- en kleine ondernemingen.
Een micro-onderneming heeft:
- maximaal 10 werknemers;
- een omzet van maximaal €2 miljoen óf een balanstotaal van maximaal €2 miljoen.
Een kleine onderneming heeft:
- maximaal 50 werknemers;
- een omzet van maximaal €10 miljoen óf een balanstotaal van maximaal €10 miljoen.
Voor de EUDR is het belangrijk om niet alleen naar het aantal werknemers te kijken, maar ook naar de financiële omvang van de onderneming.
Overgang van EUTR naar EUDR voor hout
Een belangrijke vereenvoudiging betreft hout dat vóór 30 december 2026 al op de EU-markt is gebracht.
Houtproducten die vóór deze datum onder de EUTR op de markt zijn gebracht, hoeven niet alsnog volledig aan de EUDR te voldoen. Dit geldt ook na het vervallen van de EUTR op 31 december 2029.
Daarbij is één punt essentieel:
Je moet kunnen aantonen dat het hout of het betreffende product vóór 30 december 2026 op de EU-markt is gebracht.
Een goede administratie en het bewaren van relevante documenten zijn daarom belangrijk. Denk hierbij aan gegevens over inkoop, levering, herkomst en het moment waarop het product op de markt is gebracht.

Wie moet een Due Diligence Statement (DDS) indienen?
Onder de EUDR ligt de volledige zorgvuldigheidsplicht (Due Diligence) in principe bij de zogenoemde operators.
Dit zijn bedrijven die voor het eerst een product dat onder de EUDR valt op de EU-markt brengen of het vanuit de EU exporteren.
Deze bedrijven moeten een Due Diligence Statement (DDS) indienen via het Europese informatiesysteem EU Traces.
Na indiening wordt een DDS-nummer verstrekt. Dit nummer moet vervolgens worden doorgegeven aan de volgende schakel in de keten, bijvoorbeeld de first downstream operator of trader.
Kan een leverancier of importeur het vereiste DDS-nummer niet leveren wanneer dit nodig is, dan kan het product of de betreffende houtpartij niet zomaar verder worden verhandeld.
Wie moet een Due Diligence Statement (DDS) indienen?
Onder de EUDR ligt de volledige zorgvuldigheidsplicht (Due Diligence) in principe bij de zogenoemde operators.
Dit zijn bedrijven die voor het eerst een product dat onder de EUDR valt op de EU-markt brengen of het vanuit de EU exporteren.
Deze bedrijven moeten een Due Diligence Statement (DDS) indienen via het Europese informatiesysteem EU Traces.
Na indiening wordt een DDS-nummer verstrekt. Dit nummer moet vervolgens worden doorgegeven aan de volgende schakel in de keten, bijvoorbeeld de first downstream operator of trader.
Kan een leverancier of importeur het vereiste DDS-nummer niet leveren wanneer dit nodig is, dan kan het product of de betreffende houtpartij niet zomaar verder worden verhandeld.
Waarom is een goede DDS belangrijk?
Een goede Due Diligence-verklaring opstellen kan behoorlijk complex zijn.
De benodigde informatie hangt onder andere af van:
- het soort houtproduct;
- het land van productie;
- de herkomst van het hout;
- de hoeveelheid bewerkingen;
- de bedrijven die bij de productieketen betrokken zijn;
- de geografische locatie waar het hout is geoogst.
Bijvoorbeeld: wanneer een houtproduct buiten de EU meerdere bewerkingen heeft ondergaan en door verschillende bedrijven is verwerkt, kan het noodzakelijk zijn om informatie uit meerdere schakels van de keten te verzamelen.
Een goede samenwerking met leveranciers is daarom belangrijk.

Wanneer mag een klein bedrijf vereenvoudigde Due Diligence toepassen?
Micro- en kleine operators die als eerste een product op de EU-markt brengen of exporteren, kunnen onder bepaalde voorwaarden gebruikmaken van een vereenvoudigde vorm van Due Diligence.
Daarbij moet onder andere aan voorwaarden worden voldaan:
- het product is op eigen grond geproduceerd of geoogst;
- de producent bevindt zich in een laag-risicoland;
- de producent brengt het product zelf als eerste op de EU-markt.
Wanneer aan alle voorwaarden wordt voldaan, kan onder voorwaarden een eenmalige aangifte in EU Traces worden gedaan.
Geolocatie bij EUDR
Ook de geografische locatie van de productie of houtoogst speelt een belangrijke rol.
Een Een postadres kan onder voorwaarden als locatie worden gebruikt wanneer het product daar daadwerkelijk is geoogst. Een administratief adres of kantooradres is daarvoor niet voldoende; in dat geval zijn de daadwerkelijke geolocaties van de productie of oogst nodig.
Wat moeten bedrijven verderop in de houtketen doen?
Niet ieder bedrijf in de keten heeft dezelfde EUDR-verplichtingen.
First downstream operator en trader
Een first downstream operator of trader ontvangt het DDS-nummer van de vorige schakel.
Deze bedrijven moeten de relevante administratie, waaronder het DDS-nummer, gedurende 5 jaar bewaren.
Het DDS-nummer hoeft niet automatisch aan iedere afnemer te worden verstrekt en hoeft ook niet standaard op alle handelsdocumenten te worden vermeld.
Second downstream operator en trader
Een tweede downstream operator of trader heeft geen eigen DDS-plicht wanneer de onderneming niet zelf als operator optreedt.
Deze bedrijven moeten wel hun relevante inkoop- en verkoopadministratie gedurende 5 jaar bewaren.
Wat moet je doen als je vermoedt dat hout niet aan de EUDR voldoet?
Wanneer een bedrijf aanwijzingen heeft dat een product mogelijk niet aan de EUDR voldoet, kunnen aanvullende verplichtingen ontstaan.
Bedrijven in de keten moeten in dat geval onder meer:
- het probleem onderzoeken;
- contact opnemen met de leverancier;
- waar nodig afnemers informeren;
- en een mogelijke overtreding melden bij de bevoegde autoriteit.
In Nederland is de NVWA verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de EUDR.
Voor grotere ondernemingen die niet onder de MKB-definitie vallen, gelden daarnaast aanvullende verplichtingen wanneer sprake is van mogelijke non-compliance.

FSC en PEFC bij de EUDR
Certificeringssystemen zoals FSC en PEFC kunnen helpen bij het verzamelen en beoordelen van informatie voor de EUDR.
Een certificaat betekent echter niet automatisch dat een product zonder verdere controles EUDR-conform is. Certificering kan een waardevol hulpmiddel zijn binnen het zorgvuldigheidsproces, maar vervangt niet automatisch alle verplichtingen uit de EUDR.
Voor bedrijven in de houtbranche blijft het daarom belangrijk om te controleren welke informatie daadwerkelijk beschikbaar is en welke verplichtingen voor de onderneming gelden.
NVWA houdt toezicht op de EUDR
In Nederland houdt de NVWA toezicht op de naleving van de EUDR.
Bij de controle speelt onder andere het risicoprofiel van het land van herkomst een rol. Voor verschillende productgroepen, waaronder hout, gelden controlepercentages afhankelijk van de risicocategorie.
De genoemde minimumpercentages zijn:
- 1% voor import en export uit laag-risicolanden;
- 3% voor standaard-risicolanden;
- 9% voor hoog-risicolanden.
De EUDR maakt daarmee de herkomst en traceerbaarheid van houtproducten nog belangrijker voor bedrijven die hout inkopen, verwerken of verhandelen.
Wat betekent de EUDR voor de Nederlandse houtbranche?
Voor timmerfabrieken, kozijnfabrikanten, houthandelaren, importeurs en andere bedrijven die met hout werken, wordt een goede administratie steeds belangrijker.
Vooral de volgende zaken verdienen aandacht:
- Waar komt het hout vandaan?
- Wanneer is het hout op de EU-markt gebracht?
- Onder welke regelgeving viel het product op dat moment?
- Is een DDS-nummer beschikbaar wanneer dit vereist is?
- Welke informatie kan de leverancier over de herkomst verstrekken?
- Kan de herkomst van het hout worden getraceerd?
- Welke verplichtingen gelden voor jouw positie in de keten?
EUDR en houten kozijnen
Voor bedrijven die houten kozijnen, ramen, deuren, schuifpuien en andere houten bouwproducten produceren, is het daarom verstandig om tijdig te bekijken welke EUDR-verplichtingen van toepassing zijn.
Een goede voorbereiding betekent vooral dat de administratie, leveranciersinformatie en traceerbaarheid van houtproducten op orde zijn voordat de nieuwe verplichtingen volledig van toepassing worden.

EUDR 2026: bereid je bedrijf op tijd voor
De overgang van EUTR naar EUDR brengt voor de houtbranche nieuwe verplichtingen met zich mee. Vooral bedrijven die nu al onder de EUTR vallen, moeten rekening houden met 30 december 2026 als belangrijke deadline.
Zorg daarom tijdig voor een duidelijke administratie van de herkomst en marktintroductie van houtproducten en bespreek met leveranciers welke EUDR-informatie beschikbaar is.
De EUDR draait uiteindelijk om aantoonbare herkomst, traceerbaarheid en zorgvuldigheid in de hele keten.
Gerelateerd:


